
Per categorie:







Per soort:



|
 |
|

GeschiedenisIn het kader van een
algemene beweging voor volksontwikkeling, gericht op onderwijs voor alle lagen
van de bevolking, werden in het begin van de twintigste eeuw in tal van
plaatsen in Nederland volksuniversiteiten gesticht. De eerste ontstonden in de
grote steden. Prof. dr. S.R. Steinmetz,
oprichter van de eerste volksuniversiteit van
Nederland, in Amsterdam in 1913, en van de Bond van Nederlandse Volksuniversiteiten (BNVU) in
1918, formuleerde onderstaande doelstelling in 1928: “De
volksuniversiteit stelt zich ten doel bij te dragen aan de ontwikkeling van de
totale persoonlijkheid van de inwoners van het Rijk der Nederlanden, ongeacht
hun afkomst, hun religieuze of politieke overtuiging. Behalve door overdracht
van informatie op gebieden der exacte en geesteswetenschappen ter vermeerdering
van parate kennis, streeft zij naar dit doel door mogelijkheden te bieden tot
verruiming van inzicht in geestelijke en kunstzinnige stromingen en in de
maatschappelijke ontwikkeling, zulks ter bevordering van het zelfstandig denken
en voelen en dienovereenkomstig zelfstandig handelen op grond van vrijwillig
aanvaarde eigen verantwoordelijkheid. De volksuniversiteit beseft dat de
individuele mens onverbrekelijk verbonden is met het geheel der menselijke
samenleving. Zij wil derhalve de persoonlijke ontwikkeling van het individu
stellen tegen de achtergrond van en in nauw verband met de maatschappij in al
haar facetten. De volksuniversiteit streeft naar het bieden van kansen voor een
voortdurende ontwikkeling van de persoon als individu en als lid van de
menselijke samenleving in alle levensfasen.” Professor Steinmetz figureert nog altijd in het gezamenlijke logo van de volksuniversiteiten dat u bovenaan deze pagina ziet. Zijn drie uitgangspunten van de volksuniversiteit, haar neutraliteit, haar toegankelijkheid en haar brede aanbod, blijven de pijlers waarop onze activiteiten worden ontwikkeld.
In 1916 werd de Volksuniversiteit Den Haag opgericht, bedoeld als een onderwijsverband voor grote groepen volwassenen. De
Haagse Volksuniversiteit was in de jaren twintig zelfs de grootste van Nederland.
Vele bekende Nederlanders verzorgden er cursussen en voordrachten. In de winter van 1923-1924, bijvoorbeeld, gaf Hélène Kröller-Müller een reeks inleidingen over
moderne kunst voor de Haagse Volksuniversiteit, toen gevestigd op het Lange
Voorhout 1 te Den Haag. Deze voordrachten verschenen in 1925 in druk onder de titel Beschouwingen over problemen in de ontwikkeling der moderne schilderkunst. Vanaf het begin werd het
volksuniversiteitswerk door de gemeente Den Haag ondersteund. Na de tweede
wereldoorlog werden de activiteiten niet alleen op scholing maar ook op de
ontwikkeling van creativiteit en maatschappelijke vaardigheden gericht.
Sinds de jaren zeventig
ressorteerde de Volksuniversiteit onder de stichting Haags Cultureel Trefpunt
(HCT). Deze situatie veranderde in 1999 toen het HCT werd ontbonden. Het door
het bestuur gevoerde financieel beleid gaf de gemeente, in het kader van haar
plannen tot herstructurering van de volwasseneneducatie, de gelegenheid de stichting
HCT te doen opheffen. Daarmee hield ook de volksuniversiteit in Den Haag op te
bestaan.
Door een groepje oud-docenten
werd in juli 1999 bij notariële acte in de vorm van een stichting de Volksuniversiteit Den Haag opnieuw opgericht. Sindsdien bedruipt deze stichting zich zelfstandig. Zij
draait geheel op de opbrengst van de cursusgelden. Inmiddels valt de volksuniversiteit
niet meer weg te denken uit Den Haag. Enkele duizenden cursisten per jaar
vinden hun weg naar het uitgebreide cursusprogramma. Op dit moment zijn er nog ca. 85 volksuniversiteiten actief in
Nederland. In 2013 vieren zij gezamenlijk het honderdjarig bestaan van volksuniversiteitswerk met een symposium, een boek en een documentaire.

| |
|
 |
NieuwsbriefIndien u onze nieuwsbrief nog niet ontvangt, kunt u zich hier aanmelden:
|