Home
 zoek op trefwoord
 |   |   |  MAATWERK  |  AGENDA









 


Geschiedenis

Voorgeschiedenis

 

De wortels van de volksuniversiteiten liggen in de tweede helft van de 19e eeuw. In vooruitstrevende wetenschappelijke kringen maakte men zich zorgen over een ‘verborgen tweedeling in de maatschappij’: enerzijds een kleine, bevoorrechte groep van wetenschappelijk geschoolden, anderzijds ‘het volk’, een grote groep van minder ontwikkelden. Op verschillende universiteiten leefde de gedachte dat men zijn kennis ook buiten deze instituten zou moeten uitdragen. Een eerste initiatief hiertoe werd genomen door professor Stuart in Cambridge. In 1871 startte hij de University Extension Movement. Iets later, in 1898, ontstond in Duitsland te Berlijn de Universitätsausdehnung. In België werd een dergelijke beweging gestart in 1892 in Gent. De poorten van de universiteiten gingen open voor ‘het volk’.

 

Nederland

 

Deze Europese ontwikkeling kende in Nederland aanvankelijk weinig navolging. Het duurde tot 1913 eer de eerste Nederlandse volksuniversiteit in Amsterdam, met steun van de universiteit, werd opgericht. Motor van het Nederlandse volksuniversiteitswerk was professor Steinmetz (1862-1940). Van het begin af was de eerste volksuniversiteit een groot succes en de belangstelling groeide jaarlijks. Steinmetz stond een onderwijsvorm zonder drang tot presteren voor ogen, een vorm van kennisoverdracht waarin gestreefd werd naar wetenschappelijke objectiviteit, begrijpelijk voor brede lagen van de bevolking. Het Amsterdamse voorbeeld ondervond navolging. In tien jaar ontstonden ruim twintig volksuniversiteiten. Op 10 mei 1918 werd de Bond van Nederlandse Volksuniversiteiten opgericht, een initiatief van de Volksuniversiteit Amsterdam in nauwe samenspraak met de volksuniversiteiten in Groningen, Den Haag, Utrecht en Rotterdam.

 

Volksuniversiteit Arnhem

 

In 1918/1919 gaf Louis Cornelis Bigot, directeur van de Kweekschool van onderwijzeressen, de impuls tot het oprichten van een volksuniversiteit in Arnhem. Hij kreeg medewerking van dr. B. Meilink, leraar aan de Rijks-H.B.S, de heer Brandts Buys, muziekhistoricus, en ir. J.P. van Lonkhuyzen, directeur van de Nederlandse Heide Maatschappij.

Van 1929 tot 1966 was de Volksuniversiteit gehuisvest in de Rijnstraat op nummer 42, waar nu Theater aan de Rijn  is gevestigd. In 1966 verhuisde de Volksuniversiteit op verzoek van de gemeente naar De Coehoorn aan de Coehoornstraat, het gebouw waar tot dat moment de Kunstacademie gevestigd was. De Coehoorn is nog steeds de hoofdvestiging van Volksuniversiteit Arnhem. Door de sterke groei van het cursusaanbod en van het aantal cursisten worden inmiddels ook op andere locaties cursussen gegeven.

Van 1986 tot 1993 was de Volksuniversiteit onderdeel van een overkoepelende stichting, de  SVVA (Stichting Volwasseneneducatie en Volksuniversiteit Arnhem). Toen in 1993 door rijksbeleid de basiseducatie een plek moest krijgen in de regionale opleidingscentra (ROC’s) is de Volksuniversiteit Arnhem als een zelfstandige stichting alleen verder gegaan.

 

De Nederlandse volksuniversiteiten nu

 

Momenteel zijn bijna honderd volksuniversiteiten lid van de Bond van Nederlandse Volksuniversiteiten. In totaal bereiken deze volksuniversiteiten jaarlijks 200.000 tot 250.000 cursisten. Elke volksuniversiteit biedt een grote diversiteit aan cursussen en lezingen, die verzorgd worden door goed opgeleide docenten. In 2007-2008 bezochten bijna 5000 cursisten de cursussen, lezingen en workshops van Volksuniversiteit Arnhem.




Nieuwsbrief

Ja, ik ontvang graag
de digitale nieuwsbrief:
naam:  
e-mail: